Monte Verita

Locarno. Na een nacht van stortregen en stormgeloei, van een morgen vol dreinende wolken, een namiddag vol van reinen zonneglans. De „Piazza del Mercato“, in de middaguren altijd verlaten, is alweer bijna lichtgrijs en pulverig, maar de kastanjes, op het pleintje voor de Post staan heerlijk frisch, en hun roode en witte bloemenkegels heffen zich omhoog in jeugdige kracht. Het weer is rimpelloos, maar de Maggla, gezwollen door den aanhoudenden regenval van de laatste dagen, stuwt met woest geweld en met machtig rulschen zijn wateren naar omlaag.

Een eentonig geluid doet zich in de verte hooren, iets als het gonzen van zwermen van bijen. En plotselirg wordt het levendig op het plein. Van ouder de arcaden der winkelgalerijen komen gestalten haastig toegeschoten; van uit de nauwe, stelle straatjes komen er aangehold. De halzen rekken zich, de aandacht spant zich. Het geluid wordt krachtiger: het gelijkt zu op het gemurmel van een beek. Het komt dichterbij, nu onderscheidt men het duidelijk: het is een gefluister, een geprevel van menschelijke stemmen. Een oogenblik nog, en vanuit een der straten schrijden, twee aan twee geschaard, maunen het plein op. Zij vormen het hoofd van den stoet. Nu volgen priesters in koorkleederen, koorknapen, van wie de middelste een groot kruisbeeld draagt, een geestelijke met den kazuifel om en een soort van bisschops muts op en daarachter een lijkwagen, gedekt met een lang afhangend kleed, waarvan de slippen worden gedragen door twaalf deftige, ernstig uitziende mannen, die allen, evenals de geestelijken, een dikke brandende altaarkaars in de band houden. Een ontelbare menigte kolossale kransen, elk getorst door twee personen, gaan vooraf aaneen tweeden lijkwagen, hoog opgestapeld met kostbare bloemstukken. Daarachter, corporaties met hun vaandels,

Transkription ab hier derzeit noch in Arbeit

rouwoiütbersd; dames en «roaver, sommige met kinderen aan de hand, een stoet van wel een half nar lang. Hoe dichter het vrouwelijke gedeelte caiert, des te sterker wordt het geluid: het is aU de walm van een offer, die in een dichte wolk ten Ltrael stggt. Gelijk een slang kronkelt de stoet zich over het plein en door de grillig aangelegde straatjes, hier een hoek makend, daar een omweg nemend, oxa dn iu de schaduw gelegen regenplassen te vermgden. Er wordt halt gemaakt op het pleintje voor de ke k van San Ambrosio, waar de warmte — en de ernst — wat afgekoeld worden door h»t heldere het footeluwater, dat van eeuwige jeugd en van eeuwige kracht spreekt. De kist wordt naar binnen gebracht. Na ceaig3 minuten komt ze weer bulten. Da stcet vor-st zich weder; de litaoiee’a der dooden worden door de priesters en de vrouwen weder geprereld. Na een tien mioaten heeft men het keikaof bereikt.

Allen gaan binnen. De geestelijke wgdt de kist met een paar woorden en, met haastigen tred, zonder rechts of links te kijken, aisof eei wesp heu gestoken, of, een melaatsche hen aangeraakt, heelt verlaat heel de priesterstoet het tcampo santo“. Nieuwsgierige vragen zgn bter overbodig : de banieren, die even opgeheven worden, vertellen het misdrijf van den overledene. En — deden zij het niet, de woorden van deu spreker aan de nog geopende groeve zouden het wel zeggen. De nstn, dia daar ligt, is een liberaal geweest, een voorvechter van vrijheid en onafhankelijkheid. Eer de laatsten het kerkhof verlaten hebben, ben ik weer terug op het marktplein, en vorscbend gaat iriji blik naar alle zgrfen, om een verschijning te zoek«o, die mij, toen de stoet mijn hotel vooreijtrok, getre ffm bad. Tegen een pilaar geleund, had oaar, onder een der bogen, een rr.au gestsap, die mija vtrbeelJttg dadelgk bad gerangschikt onder de leden dar vegetariërskolonie op den *M<>nte Verlta“, boren Ascona, en op een uurtje afstands van Locarno, gelagen. Blootshoofds en barrevoets stond hg daar; een soort sportpak van zichtbruln, geribd batoecen fluweel, aan den hals virj diep uitgesneden en een paar sacdaltn was alles wat hg uroeg. De kop deed dei ken aan een Christuskop: donker, golvend haar omlgstte een ovaal gelaat, waarin een paar zachte oogen rustig rondkeken. Van den mond was wettig zichtbaar door den goed verzorgden baard enden knevel. Vijf minutes later, terwgl ik op een der backen zitter.de, genoot van de zuivere opwekkende lucht, schoot een soortgelgke gestette mij vlug voerbij. Eu bet plan, dat te Cannobio bg mg was opgekomen, stond du vast: ik zon de kolonie gian zieD, ik zouden «Monte Verita“ beklimmen. >Monte Veiita“. Berg der Waarheid I Voorwaar, hij die aan ign woning dien naam geven durft, rooet öf een mensen nit één stuk, of eeu gewetenlooze zgn. Zelfbewust In leder geval: lemand, die weet wat hij wil, maar die ook weet, wat bg is; iemand van moed en ‚m karakter, of wel een, wiens eigenwaan grenzenloos is. Wat zou ik vinden? Waarheid, en niets dan dat? En plotseling schoten de woorden van de jonge vrouw, die ik te Cabnobio bad leeren benren, ruij te binnen: •VVg willen waarheid en eenvond, oprechtheid en ïedelgkheld. Eu die zijn alleen te vinden door ons leveo zóó in te richten, dat het in overeenstemming is met de natuur. Daartoe moet onze levenswijze minder ingewikkeld worden, onze kleediDg enonzevoedirg eenvoudiger; wij moeten leeren onszelf in alle dingen te helpen, in de mej-.te van onze heUitfwj zelf te voorzien.“ Na, naar de kleedlcg te oordeelen, scheen dat laatste niet zoo bizonder moetlgk I Moeilgker was het juiste aanwgzinsen te bekomen omtrent den weg, dien ik te volgen had, om het sanatorium in den kortst raogslgken tijd te bereiken. Vanfit Ascona was ‚t maar tien minuten, maar otn &&£,t te kernen, moest ik öf de boot afwachten, öf de automobiel, die hier maar enkele malen ea tegen den middag dienst doen tastenen Locarno en eeolge verder op gelegene kustp’aatejes. En ik heb nog te vele en te levendige herinneringen aan «het Indische sonnetje“, om mg midlen op den dag aan nltstapjas te «azen. Dan liever wat meer in de vroegte, en te voet. Klokslag halfacht ging ik er op den weg over Saldano en Loaone nemende, ton Ik er in hoogstens een nar komen, verzekerde men mg. Midden In het eerste dorpje gekomen, moest ik rechts afslaan. Na een honderd meter stond ik voor een prachtige, overdekte brog. Zijn groote bogen spannen sich sierlijk, en als met krachtiger, greep, over de breede woeste tfaggis, dlB hen onder u.u, kreeg ik nataurlrjk tea antwoord — he:l voonbht’g!—,dat man niats zeggen kon zonder don patiënt zelf te zien. Op mij matkte dat antwoord ea de toon, wi*rup het gegeven werd, den indruk van: «mijn lieve mer.seo, ja zit zoo vol wanbegrippen, dat ik er ia>*.- eist verder over praten zal“. Spoedig daarop nam ik afcc’aeid, met zeer gemengde gevoelene. De teleurstelling over het weinige, dat ik eigenlgk van de bahacdeling der patiënten was ze weten gekomen, werd echter spoedig verdroegen door de vriendelijke herinnering san het «elo goede dat ik daar op den iMonte Veritagezleejhai. Waarheid wordt er li> menig opzicht betracht; do ccöperateurs b.v.b. heöben een zeer groote, een volkomen vrijheid van zich te alten Zoo ook de gasten: een ieder kan mondeling of schriftelijk alles zeggen, vrijuit, wat hem hindert of onaangenaam Is en net wordt gx>ct opgenomen. Eanvoai heerscht er in den omgang: geen noo ielooi e plichtplegingen, gean handjes geven ’s morgens en ’savoeds. E-a vriend-dijken groet wanneer men elkaar voor ‚t eerst op den dag ziet; eentja“ of een ineen“, ronduit en eerlek, en zonder omwegen, als iets we), of niet kan; een wederzjjdsch helpen, waarbij men niets beneden zich acht; geen optooien of uithalen, ooi anderen den loef af te steken. Een ieder gaat kalm en rustig zrjn gang. Dat alles drong diep tot mij door, toen ik, onder een tropische regenbal, door het dal, maar langs een veel korteren weg dan ik gekomen wa«, naar Locarno terugkeerde. Veel had ik er gevonden, dat navolgenswaard was. Maar de geheels lerenswijte, zou die te volgen zgn? Het is niet een leder gegeven, zich uit de samenleving terug te trekken en — het ligt ook niet in ea-ïs ieders aard. Jonge raen-Bchcn, en ook die op rijperen zallen in tg Jen van overspanning, van zenuwzwakte, daar een rustoord — misschien 001 een herstellingsoord — vinden. Want de omstandigheden zrja er eenlg; bet is een klein paradijs. Ouden van dagen, en zij die, beiieli door *nn groot en ernstig verlangen naar waarheid en eenvond en oprechtheid, zich ten dooie toe verwond hebben in den strijd tegen een maatschappij, die hun pogen uiet begreep, zuilen zich in een leven als dat op den iMonte Veriia“ gelukkig gevoelen. Maar voor jonge, krachtige strijdlustige naturen; voor meoschen met scheppings» vermogen, met buitengewone talenten, met eertucht; voor menschen ook, die leven moeten van hefgteo hun arbeid hun opbrengt; in één woord voor menschen dis nog niet gekomen zgn op het toppnnt van hou geestelijk, of van bun stoifelgk bestaan — is voor hen het leven in een dergelijke vereeniging mogplgk ? — Kinderen zijn er tot nog toe niet in de jeugdige kolonie. Hoazou, vroeg ik mij af, het in die omgeving zijn? Leven volgens de natuur. Maar dat ilult óók in: rusten, als men er ook maar de minste nelging toe gevoeld, niets meer doen, dan wat strikt nooitakelrjk is; zich niet bemoeien met de wareld, die buiten uw omgeiing ligt. Wg, manschen van den tegenwoordigan trji zrjn toch de producten van een eeuwenlang ontwikkelingsproces. Dat valt niet weg te crjferen. En als men van al de resultaten van wetenschap en knust geaieten wil: wanneer men een Sieinway bespeelt, in een automobiel rrjit. met een motorboot vaart, allemaal genoegens die op het programma staan der Monte- Venta ers, lutzg nu reeds, hetig In het verschied, dan is het mg niet recht duidelijk, boe die menschen met hun levensoprattng bet gebruikmaken van een inspanning van anderen, die zgieil afkeuren, i genen kunnen.

Evenals bij alle vereenigingen – hoe dikwijls hebben wij dat in lndië al niet ondervonden! -, hangt ook hier alles,

het gansche bestaan af van den Fersoon, die de alel er»an is. Naar den indrnk, dien ik medenam, is dat daar Ida Hsfmann O6denkoven, de jonge, overtuigde, energieke vrouw. Het sanatorium aal bestaan big ven, maar de vereeciglog, die bet stichtte, die kleine vereeniglcg van iNatcrfrennden“, zooals bet prospectus itgt, zal mgn inzien, al minder t>a wintier talrjjk worden. Want In de barten dier menschen, meest allen aog jong, zal, als de ziel zgn evenwicht zal hebben herwocneti, bet verlacger, het heimwee weer ontwaken naar bet rjjse leven, bet leven van geestesarbeid te midden van geestveiwanten: het leven met zijn teleurstellingen, mtar met toch ock zgn triomfen; bet leven met zgn creu van deodelgke vermoeidheid en uitputting, maar cok met zgn oogenblikken van“ tier zelf bewnstcqn *n van mannelgke kracht. Laat de vMonte Veris a“ idlen, die eaar komen, stalen voor den levensstrijd. Ou deren mogen rusten — voor de jongeren zg de lenze: vooruit!

E. van Loon, in: Bataviaasch Nieuwsblad, 20. Jahrg., 12. August 1905, Nr. 213. Online: Monte Verita.